De Hollandsche Schouwburg
werd ontworpen door architect Bombach, die hiervoor inspiratie
opdeed in het buitenland. Op 9 oktober 1891 werd met de bouw
begonnen.
De Hollandsche Schouwburg was toegankelijk via een dubbele
entreedeur die uitkwam op een witgemarmerde gang. Vanuit hier kon
het publiek rechtstreeks de zitplaatsen in de zaal bereiken of de
trappen opgaan die naar de balkons en loges leidden. De zaal bood
zitgelegenheid aan 1360 toeschouwers en was opgedeeld in diverse
rangen. Bij iedere rang hoorde een eigen koffiekamer waar bezoekers
in de pauze konden verblijven. De zaal was wit en werd verlicht
door een enorme gaskroonluchter met 140 lichten. Overdag liet het
gekleurde glas van het plafond licht door. Het toneel was vijftien
meter diep en bijna elf meter breed. De orkestbak lag diep zodat
het zicht op het toneel niet werd belemmerd. Boven het toneel hing
een buizenconstructie die met waterbesproeiing voor brandveiligheid
moest dienen. In het gebouw waren nooduitgangen en brandtrappen
aangebracht. Deze veiligheidsmaatregelen waren anno 1892 erg modern
en menig journalist schreef hier enthousiast over.
De Hollandsche Schouwburg werd gebouwd in het hart van de negentiende eeuwse Plantagebuurt. Op de Plantage Middenlaan 24 stond eerder het huis van dr. Westerman, de voormalig directeur van de dierentuin Artis aan de overkant van de straat. In de eerste twee jaar van haar bestaan heette de Hollandsche Schouwburg dan ook de Artis Schouwburg. Op 5 mei 1892 werd de nieuwe Schouwburg in gebruik genomen. In deze chique uitgaansbuurt met veel restaurants en cafés was de Artis Schouwburg het vierde theater, en tevens de grootste en meest luxueuze. Er werden operettes opgevoerd. Mascotte, de openingsvoorstelling, was een reuze succes. Tijdens de openingsfeestelijkheden in 1892 werd nog optimistisch gedicht: De tempel is voltooid! Wat ook mocht vallen of vergaan, de Artis Schouwburg nooit. Echter twee jaar later door geduchte concurrentie van onder andere de Frascati Schouwburg (later Rika Hopper Theater) iets verderop in de straat, stond de inventaris op straat en was de Artis Schouwburg failliet. Vanaf dat jaar ging het gebouw aan de Plantage Middenlaan 24 verder onder de naam Hollandsche Schouwburg.
Na een kleine veertig
jaar intensief gebruik was de inrichting van de Hollandsche
Schouwburg verouderd en werd het theater door architect Wolter
Bakker geheel herzien. Na de renovatie waren er nog twee van de
drie balkons over en bood de Hollandsche Schouwburg zitgelegenheid
aan zo'n 800 bezoekers. Het glas in het plafond verdween. De zaal
werd zo van het daglicht afgesloten en indirect verlicht met
elektrische verlichting. Het toneel werd ook kleiner. De gevel met
zijn klassieke beeldengroepen bleef onveranderd. Toen het gebouw
ongeveer twaalf jaar later als deportatieplaats werd gebruikt, zag
het eruit zoals het in 1930 door Bakker ontworpen was.