Tussen 2 maart 1943 en 20 juli 1943 reden er
negentien treinen met ruim 34.000 Nederlandse joden van Westerbork
naar het Poolse vernietigingskamp Sobibor. In Sobibor zijn in
totaal ruim 250.000 joden vermoord, slechts 47 overleefden het kamp
waaronder twee Nederlandse vrouwen: Selma Engel-Wijnberg en Ursula
Stern. Zij braken tijdens de gevangenenopstand van 14 oktober 1943,
samen met driehonderd medegevangenen, uit het kamp en vluchtten
door het mijnenveld naar het bos eromheen. Verreweg de meeste
ontsnapte gevangenen werden snel opgespoord en vermoord. Zestien
andere Nederlandse overlevenden zijn heel kortstondig in Sobibor
geweest. Zij zijn na aankomst onmiddellijk weggevoerd naar een in
de buurt gelegen werkkamp. Alle andere Nederlandse joden zijn na
aankomst in Sobibor vermoord.
Na de opstand werd het vernietigingskamp ontmanteld, de resterende
gevangenen gedood en alle sporen van de massamoord uitgewist.
Tegenwoordig markeert een monument de plek waar de gaskamers van
Sobibor stonden en rest een heuvel van as als stille getuige.