9 januari
Persoonsbewijzen van joden worden voorzien van de letter 'J'.
Werkkampen voor joden worden ingericht, voornamelijk in het oosten
en het noorden van Nederland.
20 maart
Verboden voor joden om vervoersmiddelen te bezitten of te
besturen.
26 maart
Verboden voor joden om met niet-joden te trouwen.
3 mei
Alle
joden, ouder dan zes jaar, moeten een gele davidster met het woord
'Jood' zichtbaar op hun kleding dragen.
21 mei
Tweede LIRO-Verordening VO 58/1942. Joden moeten nu ook goud,
zilver, antiek, kunstvoorwerpen, andere waardevolle spullen en
cultuurgoederen bij de Lipmann, Rosenthal & Co bank aan de
Sarphatistraat inlveren.
12 juni
Joden mogen slechts op bepaalde tijdstippen boodschappen doen bij
een beperkt aantal winkels.
30 juni
Instelling avondklok. Joden moeten tussen 20.00 uur en 06.00 thuis
zijn.
6 juli
Verboden voor joden om te telefoneren. Joden mogen niet op bezoek
bij niet-joden.
14 juli
Eerste transport van Amsterdamse joden naar het doorgangskamp Westerbork.
15 juli
1.135 joden worden gedeporteerd vanuit Westerbork naar het
vernietigingskamp Auschwitz in Polen. Tot 13 september 1944
rijdt er wekelijks een deportatietrein uit Westerbork naar de
vernietigingskampen.
22-24 juli
Ongeveer vanaf deze tijd, maar in ieder geval niet later, wordt de
Hollandsche Schouwburg gebruikt als verzamelplaats waar joden zich
moeten melden voor deportatie en opgepakte joden worden
vastgehouden.
1 oktober
Joden uit de werkkampen in Nederland worden overgebracht naar
Westerbork en samen met hun gezinnen gedeporteerd.
oktober
De crèche aan de
Plantage Middenlaan 31, wordt gebruikt als dependance van de
Hollandsche Schouwburg. Joodse kinderen wachten hier, gescheiden
van hun ouders op deportatie.