Vanuit Nederland vertrokken tussen 1942 en 1944 in totaal zijn
68 treinen met ruim 68.000 joden naar het vernietigingskamp
Auschwitz in Polen. Ruim 40.000 van hen werden bij aankomst
onmiddellijk gedood. Verreweg de meeste anderen overleden aan de
ontberingen van het kampleven. Slechts ongeveer duizend uit
Nederland gedeporteerde joden overleefden Auschwitz. Een aantal uit
Nederland weggevoerde joden zijn al voor aankomst van de trein in
Auschwitz uit het transport gehaald en getransporteerd naar
kleinere kampen.
De commandant van Auschwitz voerde namelijk ook
gezag over ongeveer 40 kleinere kampen, maar het bekendst zijn de
drie hoofdkampen: Auschwitz I, Auschwitz II-Birkenau en Auschwitz
III-Monowitz. In de hoofdkampen moesten gevangenen dwangarbeid
verrichten in bijvoorbeeld de bewapeningsindustrie en stierven
velen door honger, uitputting en ziekte. In Auschwitz I en II
hadden de nazi's gaskamers gebouwd om grote aantallen mensen te
vermoorden. Naar schatting zijn anderhalf miljoen mensen in
Auschwitz vermoord.
Vanaf 1947 is Auschwitz een monument en museum. Het voormalig
kampcomplex staat vanaf 1979 op de werelderfgoedlijst van
Unesco.