Door gebruik van authentieke familie- en
amateurfilms schept de Hongaarse filmmaker en
Erasmusprijswinnaar Péter Forgács in De Maalstroom, een
familiekroniek (1997) een direct beeld van historische
gebeurtenissen in de jaren '30 en '40 van de vorige eeuw. Hij
verwerkte opnamen van de Nederlander Max Peereboom (1911-1942)
die het dagelijks leven van zijn joodse familie in de jaren
1932-1942 filmde. De intieme familietaferelen worden afgewisseld
met Peerebooms opnamen van bijzondere gebeurtenissen uit zijn tijd,
zoals het veertigjarig regeringsjubileum van koningin Wilhelmina en
de begrafenis van opperrabbijn Onderwijzer. Door deze beelden heen
weeft Forgács filmfragmenten, radio-opnamen en foto's van een
NSB-kamp uit 1938 en privé-opnamen van de familie Seyss-Inquart.
Totdat er geen beelden meer zijn van de familie Peereboom: allen
werden gedeporteerd. De jongste zoon Simon Peereboom overleefde als
enige de oorlog. Componist Tibor Szemzõ maakte de rustige, vaak
onheilspellende muziek voor de film.
De documentaire (60 minuten) in het Nederlands en Engels was in
de entreehal van de Hollandsche Schouwburg te zien met dank aan de
Stichting Praemium Erasmianum en Lumen Film.
In november 2007 nam Forgács in Den Haag de Erasmusprijs in
ontvangst voor de originele manier waarop zijn documentaires hebben
bijgedragen aan de overdracht van cultuur en de herinnering aan het
verleden.